top of page

Piet

  • Foto van schrijver: Dug Dug
    Dug Dug
  • 19 jun 2020
  • 2 minuten om te lezen

Vandaag kwamen ze onze zonnepanelen installeren, want goed voor het milieu en goed voor de portemonnee. De drie stoere mannen hadden een hoogwerker bij zich en onze kleine man vond dat natuurlijk razend interessant. Dus hop schoenen aan en naar buiten.


Ondertussen waren wij alles klaar aan het maken voor school en hij zat inmiddels al 'ready to go' op zijn fietsje terwijl hij naar de ‘bouwvakkers’ keek. “Piet”, hoorde we opeens, “Piet”. We schrokken, hoorden we dat nou goed? Eén van de ‘bouwvakkers’ was een donkere man. Noemde onze zoon hem nou Piet? En ja hoor daar zei hij het weer.


Was het dan toch waar? Hebben we het al die tijd gebagatelliseerd terwijl kinderen dus toch direct een link leggen tussen Zwarte Piet en donkere mensen? Was onze zoon het levende bewijs van het feit dat Zwarte Piet een racistische voetdruk achterlaat in het onderbewuste van ieder kind? Was onze zoon een racist?


Snel riep ik hem naar binnen. Ik was geschokt, kwaad, bedroefd en gefrustreerd. Hoe kon dat nou gebeuren in ons gezin. Ik pakte hem bij zijn arm en trok hem de kamer in. Hij keek verbaasd omhoog. “Wat is er pap” zag ik als vraag in zijn ogen. Hij was zich van geen kwaad bewust. “Waarom zeg je Piet?”, vroeg ik hem. “Waarom?” Hij zag aan mij dat ik boos was. Hij schrok, hij raakt een beetje in paniek en wist niet meer wat hij moest zeggen. En dan zegt een kind van zes: “gewoon”.


Dat maakte mij alleen maar bozer. “Hoezo gewoon, je zegt toch niet zomaar Piet. Er heet hier niemand Piet. Waarom roep je de hele tijd Piet”. Ik probeerde zo zacht mogelijk te praten, wat lastig is als je boos bent. Onze kleine man begon inmiddels te stotteren. Hij zag dat ik heel boos was en ging er dus vanuit dat hij iets heel stouts had gedaan. De tranen stonden hem in zijn ogen.


Ik zakte door mijn knieën en keek hem recht in de ogen aan. Een traan rolde over zijn wangen, hij haalde zijn neus op. “Als je nog een keer Piet zegt tegen die meneer, dan gaat je logeerpartijtje niet door vanavond”, zei ik tegen hem. “Ik zal het nooit meer doen pap”, zei hij. We knuffelden, ik veegde zijn tranen af en snoot zijn neus. “Kom, we gaan naar school”, zei ik. “Van het weekend gaan we erover praten waarom papa en mama nou zo boos op je waren”.


Hij pakte mijn hand en we liepen samen naar buiten, naar de fiets. Opeens stond hij stil en keek omhoog en zei, “Pap, ik noemde jou Piet omdat je niet opschiet. Dat rijmt!”

 
 
 

Opmerkingen


© 2020 by Dug Dug

bottom of page